En dan zegt ze dat ik rust mag zijn

Ge zijt bloot en weerloos.
Ge zijt gemaakt van dun papier.
Eén windvlaag en ge vliegt omver.
Het is niet dat de anderen u niet willen helpen,
het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier.
Eén scheurtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan.

(c) Wim Helsen
En die groeven in mijn handen, 't is van u altijd te zalven, van u altijd te verzekeren 'ge zijt lief' 'ik ga niet weg'. Uw handen zijn bleek, en leeg.

29 mei, 2009

Parasieten.

Vandaag las ik brieven. Door alom geliefde Bekende Vlamingen. Gericht aan jonge 20-igers. Alhoewel geschreven in een vrouwen-sterk-maar-kom-we-gaan-massaal-op-dieet-en-tellen-calloriën-om-venten-te-plezieren-weekblad, voelde ik mij aangesproken.
Goede raad van mensen die de dagen die ik tegemoet ga, al voorbij zijn. Goede raad van knappe, succesvolle dames waar wij wel een voorbeeld aan mogen nemen, want ze zijn niet op hun bek gegaan en nemen voor datzelfde bakkes geen blad. (Ge bemerkt hier geen jaloezie, want ze waren allen sympathiek. Die redactrices kennen hun soort; niemand waarvan we denken dat ze beter zijn dan de gemiddelde, moodswingende vrouw. Mensen die lelijk zouden zijn zonder obsessief sporten en make-up.)
Een van die blondines gaf de raad bepaalde mensen aan de kant te schuiven. De parasieten. We mogen er tranen om laten, ons hart laten breken, maar we moeten weigeren ons leeg te laten zuigen. Als ge met uw voelsprieten een parasiet bemerkt, schuif haar dan stante pede aan de kant.
Gij zijt ook een parasiet. En ge hebt mij leeg mogen zuigen. Ik wil u aan de kant vegen, met mijn borstelke (dezer dagen enkel schone borstels, zoals het een vrouw toebehoort). Helaas duikt ge overal op. Mijn webpagina's kregen allemaal het briljante idee om pop-ups te maken, log's, zodat uw smalende kop elke dag voor mijn aangezicht verschijnt. Uw smalende gezicht, en uw slijmerige berichten naar anderen en naar de wereld. Elke keer denk ik dat ik u eens graag zou willen uitschelden.
Maar dat mag niet.
Hier dan.
Ge zijt een kutwijf. Een zeug. (niet letterlijk, natuurlijk). Een hypocriete maniak die iedereen om haar vinger windt om nooit alleen te hoeven zijn. Gij kunt niet alleen zijn, hoe hard ge ook roept dat ge altijd alleen zijt en ge alles zelf kunt. Zonder de bewondering van een ander zakt ge ineen. Ge gaat naarstig op zoek naar complimentjes en bewondering, terwijl ge zelf goed genoeg weet dat dat niets waard is; zulke loze beloftes die verdampen zodra ge uw kamerdeur sluit. Want daarbinnen wordt ge geconfronteerd met uzelf. Ik heb medelijden met uw nieuw lief. De sloef. Of ik hoop voor hem van niet. Voor u ook. Ik gun u geen sloef, ik hoop dat hij u met uw voeten naar de grond trekt, dat dat pijn doet en dat ge daarna weer gaat zweven zodat hij weer hetzelfde kan doen. Dat ge daarna iemand kiest die wel bij u past, en waar gij ook bij past, dat ge niet alleen de omhelzingen gaat opzoeken om warm te zijn.
Oh, ik ga u deleten. Echt. Ben ik meteen weer mee met de rest van het internet.
Klik.