En dan zegt ze dat ik rust mag zijn

Ge zijt bloot en weerloos.
Ge zijt gemaakt van dun papier.
Eén windvlaag en ge vliegt omver.
Het is niet dat de anderen u niet willen helpen,
het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier.
Eén scheurtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan.

(c) Wim Helsen
En die groeven in mijn handen, 't is van u altijd te zalven, van u altijd te verzekeren 'ge zijt lief' 'ik ga niet weg'. Uw handen zijn bleek, en leeg.

09 juli, 2010

analyse van een SSer.

Schaamte.
Schuld.
SS.
Ge zijt verslaafd. Ge voelt het, maar ge wilt het niet weten. Dagen gaan voorbij, dagen waarin vanalles gebeurt, dagen waarin uw vrouw leeft en uw kinderen groot worden. Dagen die gij mist, door urenlang een spelletje van 'run' en 'escape' te spelen. Ge voert oorlogje met Argentijnen, Chinezen, Nederlanders, ge smeedt banden met hen, en ons vergeet ge.
Ge schaamt u.
Ge voelt u schuldig.
Ge grommelt dat vakantie hier in huis niet welkom is, werken, studeren, uw boterhammen smeren, en dan nog. Dat werken is maar overbodig, best staan wij ten alle tijde tot uw dienst. Pintje? Graag. Kipfilet, lekker gebraden? Natuurlijk. Allemaal uit de hand.
Dat ge ons in de steek laat en er zelf niets aan doet, dat vreet aan u en daarom meent gij ons te commanderen als zat gij nog in't leger; ge verwijt ons reeds 3 weken met een plan rond te lopen en er niets mee te doen, terwijl ons huis al meer als 10 jaar in verbouwingen staat.
Wij houden wijselijk onze mond, want een tweetal jaren terug hebt ge ons laten voelen wat er gebeuren zal als wij niet luisteren en zeggen wat er in onze hoofden al maandenlang speelt. Ge hebt u dat goed bekeken, wij angstig, gij de baas, controle, controle. Controle. Zo geeft ge uzelf het gevoel dat ge toch niets mist.
En dan staan wij daar,
verdwaasd,
beduusd,
kwaad,
verward,
alsof wij nooit,

maar dan ook
nooit,
iets goed zullen kunnen doen voor u.



Kus mijn dikke reet.