Ik weet eigenlijk niet, niet wat ik moet doen.
Ik wil mij van mijn vel ontdoen, een ander zijn, in de kieren van de wolken wonen en alleen hier terug belanden als het nodig is.
Als gij mij draagt, telt dat dan als lichtvoetig zijn? Telt het als zweven? Toen gij mij in uw armen nam, in ware prinsessenstijl, opdat ik mijn pleister op mijn voet niet hoefde nat te maken, en het beekje over stak, voelde ik mij waarlijk gelukkig. In mijn hoofd doe ik hetzelfde voor u. Met al mijn moed bijeen geraapt, probeer ik u met uw voeten van de grond te krijgen. Als ik naar u kijk, word het dan warm, bij u vanbinnen? Voelt ge iets, als ik mijn vingers door uw borsthaar strijk, als ik er probeer mee rond te draaien, omdat het dan op een filmisch moment gelijkt? (Misschien vergeet ge het dan niet.)
Ik twijfel over wie ik het liefst zou willen zijn, de hoer of de non, maar bij u maakt het niet uit, zelfs volledig aangekleed ziet gij mij naakt, en als ik in mijn blote billen naast u lig, voel ik mij nog steeds bedekt en schaamteloos.
Ge wilt er in bijten en ik lach dat ge het niet moet doen, zo melig zijn en zo flauw, terwijl dat de eerst dingen zijn die ik aan u mis als ge weg zijt. Ik droom van de momenten waarop gij uzelf een weerwolf waant, mij besluipt en begluurt, om op bed te stormen en mij te bijten in mijn nek.
'Zijt ge niet de zoon van Jezus?', vraag ik u dan. Maar ge bijt lustig voort, en ik kan niets anders doen als giechelen. Ge zijt een idioot, maar ge zijt mijn idioot, en ik ben ook een idioot, uw idioot.
Enkel gij zou hartelijk kunnen lachen om mijn scène met de wesp, mijn op-en-neer gedraaf om diezelfde wesp het noorden te laten verliezen, om uiteindelijk zelf de kluts kwijt te zijn.
Kom, zometeen, als ik mijn venster sluit en mij in mijn bed lig, komt ge dan bij mij liggen? Mij weer vastpakken om zeemzoete woorden te fluisteren, waarmee ik lach, maar die ik koester.. Komt ge mij nog eens in mijn kont knijpen, komt ge nog eens flauw doen en laat ge mij nog eens lachen totdat mijn kaken pijn doen? Want daar en op die manier, heb ik u het allerallerliefst. Zoals ge zijt, zo heb ik u het liefst.
(En nu kan ik nooit meer vergeten hoe ge zijt, nu kan ik u nooit meer vergeten. Ik heb u in mijzelf verankerd, en ik heb mijzelf op het internet vereeuwigd. Gij met mij, en ik met u. Gij zijt mijn liefde.)
Weet ge nog, van die keer dat ge mij aan uw takken liet hangen.
Weet ge nog van die keer dat ge mij mijn woorden liet verliezen en ik mij enkel nog kon voeden met die van een ander.
Ik wil gewoon, als ieder ander mens, mijn leven aan een ander geven.
Aan u wil ik mijn leven wel geven. Figuurlijk gesproken, want anders zult ge misschien denken dat ge met mij alles moogt uitspoken.
Niet alles.
Maar wel onmogelijk veel.
Slaapzacht, liefste.