Ik vroeg: 'En wie was je eerste grote liefde?' 'Een jongen in Frankrijk. Hij was een god. Tot hij me ontmaagde.' 'Wat was hij toen?' 'Toen was hij verdwenen.'
Ze zei: 'Mijn vierde grote liefde was mijn Echte Grote Liefde. Ik was zo gek van hem dat toen hij mij dumpte ik me maandenlang afvroeg waarom ik bleef leven.' 'Waarom bleef je leven?' 'Om er weer maanden later achter te komen dat hij weliswaar mijn Grote Liefde was, maar ook een sul. Ik kom hem nog wel eens tegen en dan moet ik toch even slikken. Zou ik echt voor zo'n stumper zelfmoord hebben gepleegd?'
Ze vroeg: 'Waarom wil je dat weten?' 'Dat vind ik leuk. Ik hou van statistieken en rangordes, goochelen met cijfers. Ik ben kabbalist.' 'Nou, oké dan. Voor ik jou ontmoette ben ik met, eh, één plus twee plus drie plus vier plus vijf plus vijf jongns naar bed geweest.' 'Aha.'
Ze zei: 'Ik heb vrienden en die hadden nog maar kort wat...' 'Net als wij.' '...en echt een week later woonden ze al samen. Ze waren echt geweldig verliefd, zó mooi. Dat is nou echte liefde.' 'Ik vind dat meer echte wanhoop.' 'Echte liefde!'
Ze zei: 'Ik weet niet of ik dit al moet zeggen, maar ik vind jou leuk.' 'Ik weet niet of ik dit al moet zeggen, maar ik vind jou ook heel leuk.' 'Aha. Nou, ik weet niet of ik dit al moet zeggen, maar ik vind jou... verschrikkelijk leuk.' 'O ja. En ik jou ontieglijk, vreselijk, heel erg leuk.' 'En ik jou ongeloofwaardig, overdreven, maniakaal leuk.' 'Krankzinnig, autistisch, bezopen, meedogenloos leuk.' 'Wereldvreemd, allesomvattend, uitputtend leuk.' 'Halsstarrig, verblindend, onvergelijkbaar, verwondend, schrikbarend, fabelachtig, mateloos, tomeloos, hopeloos, radeloos, hulpeloos, eindeloos leuk.' 'Maar ik weet niet of het goed is dat we dit zeggen.' 'Nee. Laten we niet te hard van stapel lopen.'