En dan zegt ze dat ik rust mag zijn

Ge zijt bloot en weerloos.
Ge zijt gemaakt van dun papier.
Eén windvlaag en ge vliegt omver.
Het is niet dat de anderen u niet willen helpen,
het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier.
Eén scheurtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan.

(c) Wim Helsen
En die groeven in mijn handen, 't is van u altijd te zalven, van u altijd te verzekeren 'ge zijt lief' 'ik ga niet weg'. Uw handen zijn bleek, en leeg.

15 februari, 2011

Ge kunt heel hard weglopen en alles negeren

Op een avond zijt ge moe, krijgt ge een slag, maar tegen het zo ver is denkt iedereen dat ge niemand nodig hebt. En dan zijt ge alleen en jankt ge zo hard dat uw kopje weer vol zou zitten moest ge goed mikken.

Of ge jankt niet, ge verbijt uw misère en klaagt wat tegen het wereldwijde web.
Ge gaat slapen
ook alleen
ook weeral
en morgen staat ge gewoon terug op en gaat ge verder.

(Niemand weet, niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet)



(af en toe komt er een kind dat niet beter weet en neemt uw hand stevig vast om over straat te wandelen en moet ge heel hard op uw lip bijten omdat ge uzelf belachelijk vind dat ge hierin troost vindt)