Ik hoop dat ge het fijn hebt nu, dat de zon u kust en een zomerbries u door uw haren streelt.
Ik hoop dat ge 's avonds in bed kruipt zonder dat het u pijn doet, zoals bij mij, maar dat ge eventueel wel een kusje geeft op de plek op uw hoofdkussen naast uw hoofd; daar waar ik normaal zou liggen, zoals ik dat doe.
Ik hoop dat ge soms ook aan mij moet denken, als ge een lied hoort op de radio dat eigenlijk echt te belachelijk is voor woorden (zoals dat nieuwe van Kesha, your love is a drug; popsongs hebben altijd die akelige, banale waarheid over zich hangen; misschien omdat ze zo simpel zijn)
Ik hoop dat ge u niet vergist hebt dit weekend.
Ik hoop dat het waar was wat ge zei, dat weekend.
Ik hoop dat er geen zongebruinde grieten met dikke borsten tegen u aan komen schuren als ge wat beschonken zijt van het bier en de warmte.
Ik hoop dat ge haar niet kust
Ik hoop dat ze u niets doet inzien, over mij, over mijn middelmatigheid, over ons, over onze langdurigheid.
Ik hoop dat ik geen schrik meer hoef te hebben van de grote woorden die wij tot een maand terug gretig in mekaars oren fluisterden.
Ik hoop dat als ik me ooit niet meer kan beheersen, en er een grotewoordenvloed uit mijn mond komt, dat het u dan niet afschrikt, wegschrikt.
Ik hoop dat ge bij mij blijft.
Ik hoop dat ik mij snel terug veilig en geborgen kan voelen als gij uw armen rond mij heen slaat.
Ik hoop dat als ge uw armen rond mij heen slaat, dat ik dan weer kan geloven, al is geloven zo een geladen woord.
Ik hoop.
Ik hoop.
Ik hoop.
Want meer kan ik niet doen nu, en ik mis u.
Tot heel snel, mijn lief.
Kusjemij.