Alles wat ik voel en wat ik ben en wat ik zie, zit in mijn keel en hoeveel muco rhinatiol ik ook drink, ik krijg 't er niet uit. Ik lepel in mijn pot met honing in de hoop dat ik daar zoeter van wordt.
Ik weet wat mij te doen staat. Ik weet dat de enige manier om mijn waardigheid terug te vinden, mijn waardigheid verliezen, is. De fles pakken. Als in het cliché. Duizend sigaretten roken en mij hullen in de mist, mij veilig voelend in de kamers van mijn ziel. Cliché. Kamers binnenstormen en mensen uitschelden om hun ontwetendheid. Kotsen. U onderkotsen. U uitkotsen. Ge zijt het vuil en ge zijt vergif en ge zijt des duivels en ik zie u graag. Ik heb geprobeerd maar ik krijg u niet uit mijn systeem en het verleden heeft mij geleerd dat alleen drank dan nog mijn redding kan zijn. Ik zie welk gevaar er om die hoek schuilt maar gelooft gij dan maar eens in mij, gelooft gij dan maar dat het met mij die toer niet op zal gaan, omdat ik sterk ben. He. Maak het mij wijs. Nu. Alstublieft. Laat mij los. Ik heb u niets meer te bieden, alstublieft. Laat mij los.
Ben ik uw rotkind, ben ik wat gij verafschuwt en de belichaming van uw rillingen. Lacht ge naar mij terwijl ge uw mond dicht houdt en uw bittere woorden naar uw hoofd laat stijgen. Ben ik self-centered en een egoïst en is elk antwoord op mijn vragen ja, en is elk antwoord neen.
Kom, plant uw dolk. Blaas uw gifpijlkes in mijn nek en laat mij verdoofd ronddwalen.
Ik ben een mens, en dat is wat mij redden zal.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten