Ik ben u al vergeten.
Het spijt mij.
Ik dacht een paar weken terug nog dat ik altijd om u zou blijven rouwen en dat ik zou blijven vechten tegen mijzelf; met mijzelf, omdat ik zei dat ik u niet wou en niet kon, maar ik wou u en ik hoefde u.
Mijn misplaatsen van werkwoorden is voor het eerst in lange tijd zeer bewust.
Ik kan terug tegen u spreken.
Oprecht. Zonder een bonzend hart, enkel bij onbekenden schiet het nu nog uit mijn keel. Mijn oren klappen dicht want ik wil mijzelf niet horen, en ik ratel door; maar bij u is dat allemaal al voorbij.
Het kwam omdat gij torenhoog liep. Gij droeg hakken, van minstens 8 centimeter, terwijl ik dacht dat gij eeuwig op sneakers, pantoffels en comfortabele lage hakken zoudt blijven ronddartelen.
Mensen interpreteren u vaak fout, dat weet ik al heel erg lang. Ik begrijp u nog steeds, of thans, ik zou het kunnen, moest ik willen.
Gij liep daar, of eerder, ge stormde binnen en overviel mij, met uw torso breed en uw haren lang. En ik deed geen moeite meer, ik dronk een pint en verloor mijzelf in de dreunende muziek.
Een paar uur later strompelde ik mijn kot binnen, ontdeed mij van mijn ongemakkelijke panty, en kroop in bed.
Om 7h werd ik wakker,
en ik was u vergeten...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten