En dan zegt ze dat ik rust mag zijn

Ge zijt bloot en weerloos.
Ge zijt gemaakt van dun papier.
Eén windvlaag en ge vliegt omver.
Het is niet dat de anderen u niet willen helpen,
het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier.
Eén scheurtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan.

(c) Wim Helsen
En die groeven in mijn handen, 't is van u altijd te zalven, van u altijd te verzekeren 'ge zijt lief' 'ik ga niet weg'. Uw handen zijn bleek, en leeg.

06 november, 2009

Mijn middelke heiligt mijn doelen.

Ik ben u al vergeten.
Het spijt mij.
Ik dacht een paar weken terug nog dat ik altijd om u zou blijven rouwen en dat ik zou blijven vechten tegen mijzelf; met mijzelf, omdat ik zei dat ik u niet wou en niet kon, maar ik wou u en ik hoefde u.
Mijn misplaatsen van werkwoorden is voor het eerst in lange tijd zeer bewust.
Ik kan terug tegen u spreken.
Oprecht. Zonder een bonzend hart, enkel bij onbekenden schiet het nu nog uit mijn keel. Mijn oren klappen dicht want ik wil mijzelf niet horen, en ik ratel door; maar bij u is dat allemaal al voorbij.
Het kwam omdat gij torenhoog liep. Gij droeg hakken, van minstens 8 centimeter, terwijl ik dacht dat gij eeuwig op sneakers, pantoffels en comfortabele lage hakken zoudt blijven ronddartelen.
Mensen interpreteren u vaak fout, dat weet ik al heel erg lang. Ik begrijp u nog steeds, of thans, ik zou het kunnen, moest ik willen.
Gij liep daar, of eerder, ge stormde binnen en overviel mij, met uw torso breed en uw haren lang. En ik deed geen moeite meer, ik dronk een pint en verloor mijzelf in de dreunende muziek.
Een paar uur later strompelde ik mijn kot binnen, ontdeed mij van mijn ongemakkelijke panty, en kroop in bed.
Om 7h werd ik wakker,
en ik was u vergeten...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten