Eigenlijk wordt ge nooit vergeven voor wie ge waart.
De fouten die ge maakte zullen op uw kop blijven staan, een kleine onzichtbare stempel op het voorhoofd van een dikbilkoe om niet te vergeten wie ge ook alweer waart. (als ze u dan tegenkomen op straat weten ze zo wat de juiste manier om zich tegenover u te gedragen is)
Het spijt mij wel dat ik eigenlijk zo laf ben, en mij rap terugtrek in mijn schulp. Dat ik liever bijt als knik en liever een zakdoek in mijn keel prop om het inwendig bloeden te stelpen (ookal is het rottend van geur en van jaren terug) dan dat ik een beetje meekeuvel over vergane en toekomstige tijden.
Soms denk ik dat er teveel gebeurd is en te weinig gepraat. Gij waart een goede vriend maar ik wist niet wat gij waart, en toen ik u gedefinieerd had, waart gij al lang verdwenen en zat uw tong in de keel van een zuiders type (dat tevens ook duidelijk was over haar motieven, en zelfzekerder)
Een ding is wel hetzelfde gebleven: het gevoel dat ik altijd tekort schiet om ook uw vriend te mogen zijn.
Naast u ben ik altijd een mormel geweest.
(ik vecht een beetje tegen de schaamte, omdat ik mij niet zou moeten schamen. Jaren later zaten wij schuins tegenover mekaar en kon ik uw blik nog niet verdragen in de mijne, net zoals toen, maar we zaten er tenminste. dat kunnen er weinig zeggen)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten