Kleine fijne poriën met zacht doorschijnend donshaar
vervangen door etterende aderen, vastgeklit, opengesneden, aan mekaar genaaid en weer toegegroeid.
Eerst enkel tentoongespreid, misschien als ge de bloedstromen van buitenaf ook kon zien dat alles dan draaglijker werd.
Er wordt aan getrokken, in gebeten, maar nooit echt naar gekeken, ze breken in twee, levenssappen gutsen er uit maar worden tenauwernood toch nog opgevangen in een ijzeren emmer; bloed geven doet leven.
En ge sterft van binnen, een beetje, maar niet maximaal en niet uitzonderlijk bijzonder.
Het spijt me dat ik u van mij wegduw.
Wij zijn stilaan aan het verdwijnen
en het is allemaal mijn schuld.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten