Ooit had ge een thuis maar daar zijt ge nu niet meer veilig.
Ge hoort gebonk en uw hart slaat een vijfhonderd tal tellen door, gegrom. Flitsen van voorbije avonden en nachten en vaak ook wel ochtenden schieten weer door uw hoofd en ge vraagt u af of het nu ook weer zo zal zijn, of zal overwaaien.
Ge doet een belachelijke poging om de uren te tellen tot ge weer weg kunt, naar andere oorden die veel vreemder zijn maar waar ge geen schrik hoeft te hebben voor uw eigen tere vel. Bloed kruipt waar het niet gaan kan en ge weet dat gij hetzelfde bloed deelt, maar ge hoopt dat ge voor altijd vrede met u mee zult dragen in plaats van al die andere opties.
Mensen vragen mij vaak waarom ik zo voor het vreedzame pleit, zonder kennis van zake blijkbaar.
Die mensen hebben nooit in mijn huis geleefd.
Elke veer in mijn lijf staat gespannen maar dat is eigenlijk al zo van voor dat ik hier was. De horror begint niet als ik hier een voet binnen zet, de horror begint al bij de gedachte aan het feit dat ik moet terugkeren.
Had ik al gezegd dat ik voldoe aan alle criteria van PTSS?
('denk aan uw eigen geestelijke welzijn' stond in mijn cursus maar ik heb er het geld niet voor. En ik mag er ook niet voor gaan werken. Dus ik zal vast wel als u worden dan. Mensen vragen mij dan waarom ik geen kinderen wil. Die mensen hadden nooit dit ouderlijke gezelschap.)
Gelukkig leest niemand dit ooit en kan ik zometeen gewoon mijn glimlach terug opzetten en door gaan. The joy.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten