En dan begint ge praktisch automatisch 'Where is my mind' te zingen (in uw hoofd, ge tracht immers onzichtbaar te zijn) omdat die schelle stem bij uw gemoed lijkt te passen als de honing in uw perzik&aardbeithee. Ge drinkt alleen nog vruchtenthee omdat ge zo al niet slaapt en de caffeïne wilt mijden.
Overdag zijt ge ieders klankbord, een bodemloze put waar ieder zijn zorgen en gedachten in kan duwen, en 's nachts moet ge het allemaal nog verwerken en ligt ge tot een iets minder bodemloos gat in de nacht na te denken over wie wat nu ook weer zei, waarom, op welke toon, en vooral voor wie ge wat moet verzwijgen. 'Ge wilt toch niemand kwetsen'. Gelukkig wordt gij wel sterk genoeg geacht om al die dingen te weten en te dragen. You lucky bastard you.
'En hoe vaak overkomt het je niet dat je er razendsnel vandoor wilt, alleen hebben mensen geen vleugels, nog niet althans, dus zat ik te denken aan een hemd van vogelzaad.'
Er wordt een stille oorlog gevochten, die soms tot een verdieping hoger luidt en ge verstaat niets, enkel uw eigen naam. Het wordt niet gezegd, maar ge hoort partij te trekken en dit impliceert op zijn beurt dan ook 'geen gesprekken voeren met de andere partij'.
Ik zou me bijna excuseren om mijzelf te zijn.
Ik dank beide partijen voor hun bijdrage in mijn kennis en wetenschap van de situatie,
maar het denkwerk daarover zal ik zelf wel doen.
Hier, voor u alletwee, om mee te zingen,
laat u gaan:
Je schrijft echt prachtig! En kom op, alles komt goed. Ken het gevoel, hoor. We have got to be strong and we can!:)
BeantwoordenVerwijderenx Sabrina
http://vitalitijd.blogspot.com