En dan zegt ze dat ik rust mag zijn
Ge zijt bloot en weerloos.
Ge zijt gemaakt van dun papier.
Eén windvlaag en ge vliegt omver.
Het is niet dat de anderen u niet willen helpen,
het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier.
Eén scheurtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan.
(c) Wim Helsen
Ge zijt gemaakt van dun papier.
Eén windvlaag en ge vliegt omver.
Het is niet dat de anderen u niet willen helpen,
het is dat ze zelf gemaakt zijn van dun papier.
Eén scheurtje en ze scheuren.
En ge kijkt naar mij en ge ziet uzelf staan.
(c) Wim Helsen
En die groeven in mijn handen, 't is van u altijd te zalven, van u altijd te verzekeren 'ge zijt lief' 'ik ga niet weg'. Uw handen zijn bleek, en leeg.
17 november, 2009
07 november, 2009
Bestrijd vuur met water; honger met dorst.
Mijn bonzend hart met rustige beats, 2, 4, 2, 4, wah wah...
Ik moet mijn eigen angsten onderdrukken, dat hebben ze mij verteld. 'Met uw verstand, want het zit in uw hoofd, en daar alleen.'
Hoera voor de ratio, want voor alle redenen om niet door te draaien, is er een argument dat even geldig is om het wel te doen. Welk irrationeel is, dat bepaalt ge niet zelf, dat bepalen ze voor u.
Ik begrijp heel goed waarom mensen zich graag in vanalles verliezen. Muziek, drugs, drank, werk, seks. Angst.
En ikzelf kan alleen maar met mijn hoofd wat heen en weer wiegen, hopen dat de 2, de 4, recht naar mijn hart gaan en mij rustig laten inslapen. Want ik ben te bang om mijzelf te verliezen;
dat doet ge alleen als ge u in een sociaal aanvaardde situatie bevindt. Clubbin'; drinkin'.
Wah wah wah.
Mijn bonzend hart met rustige beats, 2, 4, 2, 4, wah wah...
Ik moet mijn eigen angsten onderdrukken, dat hebben ze mij verteld. 'Met uw verstand, want het zit in uw hoofd, en daar alleen.'
Hoera voor de ratio, want voor alle redenen om niet door te draaien, is er een argument dat even geldig is om het wel te doen. Welk irrationeel is, dat bepaalt ge niet zelf, dat bepalen ze voor u.
Ik begrijp heel goed waarom mensen zich graag in vanalles verliezen. Muziek, drugs, drank, werk, seks. Angst.
En ikzelf kan alleen maar met mijn hoofd wat heen en weer wiegen, hopen dat de 2, de 4, recht naar mijn hart gaan en mij rustig laten inslapen. Want ik ben te bang om mijzelf te verliezen;
dat doet ge alleen als ge u in een sociaal aanvaardde situatie bevindt. Clubbin'; drinkin'.
Wah wah wah.
06 november, 2009
Mijn middelke heiligt mijn doelen.
Ik ben u al vergeten.
Het spijt mij.
Ik dacht een paar weken terug nog dat ik altijd om u zou blijven rouwen en dat ik zou blijven vechten tegen mijzelf; met mijzelf, omdat ik zei dat ik u niet wou en niet kon, maar ik wou u en ik hoefde u.
Mijn misplaatsen van werkwoorden is voor het eerst in lange tijd zeer bewust.
Ik kan terug tegen u spreken.
Oprecht. Zonder een bonzend hart, enkel bij onbekenden schiet het nu nog uit mijn keel. Mijn oren klappen dicht want ik wil mijzelf niet horen, en ik ratel door; maar bij u is dat allemaal al voorbij.
Het kwam omdat gij torenhoog liep. Gij droeg hakken, van minstens 8 centimeter, terwijl ik dacht dat gij eeuwig op sneakers, pantoffels en comfortabele lage hakken zoudt blijven ronddartelen.
Mensen interpreteren u vaak fout, dat weet ik al heel erg lang. Ik begrijp u nog steeds, of thans, ik zou het kunnen, moest ik willen.
Gij liep daar, of eerder, ge stormde binnen en overviel mij, met uw torso breed en uw haren lang. En ik deed geen moeite meer, ik dronk een pint en verloor mijzelf in de dreunende muziek.
Een paar uur later strompelde ik mijn kot binnen, ontdeed mij van mijn ongemakkelijke panty, en kroop in bed.
Om 7h werd ik wakker,
en ik was u vergeten...
Het spijt mij.
Ik dacht een paar weken terug nog dat ik altijd om u zou blijven rouwen en dat ik zou blijven vechten tegen mijzelf; met mijzelf, omdat ik zei dat ik u niet wou en niet kon, maar ik wou u en ik hoefde u.
Mijn misplaatsen van werkwoorden is voor het eerst in lange tijd zeer bewust.
Ik kan terug tegen u spreken.
Oprecht. Zonder een bonzend hart, enkel bij onbekenden schiet het nu nog uit mijn keel. Mijn oren klappen dicht want ik wil mijzelf niet horen, en ik ratel door; maar bij u is dat allemaal al voorbij.
Het kwam omdat gij torenhoog liep. Gij droeg hakken, van minstens 8 centimeter, terwijl ik dacht dat gij eeuwig op sneakers, pantoffels en comfortabele lage hakken zoudt blijven ronddartelen.
Mensen interpreteren u vaak fout, dat weet ik al heel erg lang. Ik begrijp u nog steeds, of thans, ik zou het kunnen, moest ik willen.
Gij liep daar, of eerder, ge stormde binnen en overviel mij, met uw torso breed en uw haren lang. En ik deed geen moeite meer, ik dronk een pint en verloor mijzelf in de dreunende muziek.
Een paar uur later strompelde ik mijn kot binnen, ontdeed mij van mijn ongemakkelijke panty, en kroop in bed.
Om 7h werd ik wakker,
en ik was u vergeten...
03 september, 2009
23 juli, 2009
Ik weet eigenlijk niet, niet wat ik moet doen.
Ik wil mij van mijn vel ontdoen, een ander zijn, in de kieren van de wolken wonen en alleen hier terug belanden als het nodig is.
Als gij mij draagt, telt dat dan als lichtvoetig zijn? Telt het als zweven? Toen gij mij in uw armen nam, in ware prinsessenstijl, opdat ik mijn pleister op mijn voet niet hoefde nat te maken, en het beekje over stak, voelde ik mij waarlijk gelukkig. In mijn hoofd doe ik hetzelfde voor u. Met al mijn moed bijeen geraapt, probeer ik u met uw voeten van de grond te krijgen. Als ik naar u kijk, word het dan warm, bij u vanbinnen? Voelt ge iets, als ik mijn vingers door uw borsthaar strijk, als ik er probeer mee rond te draaien, omdat het dan op een filmisch moment gelijkt? (Misschien vergeet ge het dan niet.)
Ik twijfel over wie ik het liefst zou willen zijn, de hoer of de non, maar bij u maakt het niet uit, zelfs volledig aangekleed ziet gij mij naakt, en als ik in mijn blote billen naast u lig, voel ik mij nog steeds bedekt en schaamteloos.
Ge wilt er in bijten en ik lach dat ge het niet moet doen, zo melig zijn en zo flauw, terwijl dat de eerst dingen zijn die ik aan u mis als ge weg zijt. Ik droom van de momenten waarop gij uzelf een weerwolf waant, mij besluipt en begluurt, om op bed te stormen en mij te bijten in mijn nek.
'Zijt ge niet de zoon van Jezus?', vraag ik u dan. Maar ge bijt lustig voort, en ik kan niets anders doen als giechelen. Ge zijt een idioot, maar ge zijt mijn idioot, en ik ben ook een idioot, uw idioot.
Enkel gij zou hartelijk kunnen lachen om mijn scène met de wesp, mijn op-en-neer gedraaf om diezelfde wesp het noorden te laten verliezen, om uiteindelijk zelf de kluts kwijt te zijn.
Kom, zometeen, als ik mijn venster sluit en mij in mijn bed lig, komt ge dan bij mij liggen? Mij weer vastpakken om zeemzoete woorden te fluisteren, waarmee ik lach, maar die ik koester.. Komt ge mij nog eens in mijn kont knijpen, komt ge nog eens flauw doen en laat ge mij nog eens lachen totdat mijn kaken pijn doen? Want daar en op die manier, heb ik u het allerallerliefst. Zoals ge zijt, zo heb ik u het liefst.
(En nu kan ik nooit meer vergeten hoe ge zijt, nu kan ik u nooit meer vergeten. Ik heb u in mijzelf verankerd, en ik heb mijzelf op het internet vereeuwigd. Gij met mij, en ik met u. Gij zijt mijn liefde.)
Weet ge nog, van die keer dat ge mij aan uw takken liet hangen.
Weet ge nog van die keer dat ge mij mijn woorden liet verliezen en ik mij enkel nog kon voeden met die van een ander.
Ik wil gewoon, als ieder ander mens, mijn leven aan een ander geven.
Aan u wil ik mijn leven wel geven. Figuurlijk gesproken, want anders zult ge misschien denken dat ge met mij alles moogt uitspoken.
Niet alles.
Maar wel onmogelijk veel.
Slaapzacht, liefste.
Ik wil mij van mijn vel ontdoen, een ander zijn, in de kieren van de wolken wonen en alleen hier terug belanden als het nodig is.
Als gij mij draagt, telt dat dan als lichtvoetig zijn? Telt het als zweven? Toen gij mij in uw armen nam, in ware prinsessenstijl, opdat ik mijn pleister op mijn voet niet hoefde nat te maken, en het beekje over stak, voelde ik mij waarlijk gelukkig. In mijn hoofd doe ik hetzelfde voor u. Met al mijn moed bijeen geraapt, probeer ik u met uw voeten van de grond te krijgen. Als ik naar u kijk, word het dan warm, bij u vanbinnen? Voelt ge iets, als ik mijn vingers door uw borsthaar strijk, als ik er probeer mee rond te draaien, omdat het dan op een filmisch moment gelijkt? (Misschien vergeet ge het dan niet.)
Ik twijfel over wie ik het liefst zou willen zijn, de hoer of de non, maar bij u maakt het niet uit, zelfs volledig aangekleed ziet gij mij naakt, en als ik in mijn blote billen naast u lig, voel ik mij nog steeds bedekt en schaamteloos.
Ge wilt er in bijten en ik lach dat ge het niet moet doen, zo melig zijn en zo flauw, terwijl dat de eerst dingen zijn die ik aan u mis als ge weg zijt. Ik droom van de momenten waarop gij uzelf een weerwolf waant, mij besluipt en begluurt, om op bed te stormen en mij te bijten in mijn nek.
'Zijt ge niet de zoon van Jezus?', vraag ik u dan. Maar ge bijt lustig voort, en ik kan niets anders doen als giechelen. Ge zijt een idioot, maar ge zijt mijn idioot, en ik ben ook een idioot, uw idioot.
Enkel gij zou hartelijk kunnen lachen om mijn scène met de wesp, mijn op-en-neer gedraaf om diezelfde wesp het noorden te laten verliezen, om uiteindelijk zelf de kluts kwijt te zijn.
Kom, zometeen, als ik mijn venster sluit en mij in mijn bed lig, komt ge dan bij mij liggen? Mij weer vastpakken om zeemzoete woorden te fluisteren, waarmee ik lach, maar die ik koester.. Komt ge mij nog eens in mijn kont knijpen, komt ge nog eens flauw doen en laat ge mij nog eens lachen totdat mijn kaken pijn doen? Want daar en op die manier, heb ik u het allerallerliefst. Zoals ge zijt, zo heb ik u het liefst.
(En nu kan ik nooit meer vergeten hoe ge zijt, nu kan ik u nooit meer vergeten. Ik heb u in mijzelf verankerd, en ik heb mijzelf op het internet vereeuwigd. Gij met mij, en ik met u. Gij zijt mijn liefde.)
Weet ge nog, van die keer dat ge mij aan uw takken liet hangen.
Weet ge nog van die keer dat ge mij mijn woorden liet verliezen en ik mij enkel nog kon voeden met die van een ander.
Ik wil gewoon, als ieder ander mens, mijn leven aan een ander geven.
Aan u wil ik mijn leven wel geven. Figuurlijk gesproken, want anders zult ge misschien denken dat ge met mij alles moogt uitspoken.
Niet alles.
Maar wel onmogelijk veel.
Slaapzacht, liefste.
25 juni, 2009
Sinds jaren.
Sinds jaren is het ademen mij vergaan. Soms, plots, overvalt mij dat. Ik weet niet meer hoe, wel nog waarom. En dan is het mij te moeilijk, begint het onregelmatig te worden. Dan besef ik dat ik als een lompe lorie in de gang sta te hijgen, dat ik mij veel te luid gedraag voor de plaats waar ik mij bevind, ik panikeer en hijg harder. Er valt net geen druppelke speeksel uit mijn mondhoek.
"Ge moet gewoon niet denken aan hoe ge moet ademen, want ge kunt het niet vergeten."
Hoe kunt ge dat nu vergeten, ademen. Dat is iets voor in dommeblondjesmoppen.
Of iets voor mensen met spierpijn aan hun achterste, terwijl ze niets deden, geen sport, geen dans, niets.
Vandaag zat ik de hele dag op mijn stoel. Daarnet besefte ik dat ik pijn heb aan mijn achterste.
Ik probeer diep te ademen maar de lucht komt maar net tot onder mijn strot. Mijn longlblaasjes reikhalzen naar een beetje zuurstof.
Ademen. Rustig, diep.
Niet vergeten.
05 juni, 2009
Uw ogen verven opdat ze geen spiegels meer zijn, en uw lippen stiften opdat ge dan niets hoeft te zeggen (want dat zou teveel van het goede zijn).
Kunt ge u verlaten voelen, als iedereen die ge nodig zegt te hebben, bij u is?
Maar ik heb ze niet nodig, zij mij niet. We zijn gewoon, toevallig, bij mekaar beland.
Kunt ge u dan evenzeer verlaten voelen, als ze niet weggaan, maar vervagen tot ze verdwijnen?
Ik voel me verlaten.
Kunt ge u verlaten voelen, als iedereen die ge nodig zegt te hebben, bij u is?
Maar ik heb ze niet nodig, zij mij niet. We zijn gewoon, toevallig, bij mekaar beland.
Kunt ge u dan evenzeer verlaten voelen, als ze niet weggaan, maar vervagen tot ze verdwijnen?
Ik voel me verlaten.
03 juni, 2009
Ontdekkingen. Een brief aan.
Voor't eerst in mijn leven wil ik de tijd terugdraaien. Dat dat niet gaat, is van geen belang. Mijn eigen misnoegen is thans niet te begrijpen, als ge het bekijkt van de andere kant, waar alles groen is en vers. En versleten, reeds weggevoerd door de wind.
Ik ga haar terug een deel van mijn leven maken, ze mag terug ergens in de hoeken van mijn hoofd een plaats innemen, zolang ze met haar fikken van mijn bedradingen blijft. De nieuwe ik die ik tegemoet ga, die wil ik zelf bevestigen tussen mijn neuronen. Vergeef mij mijn taalgebruik, het studeren vanneurofysiologie is nefast voor mijn creativiteit.
Terug gaan in't verleden en ongedaan maken wat ik mis deed, mijn koppigheid vervangen door een ton begrip + de empathie die ik voor haar verborgen wou houden, en zij met mij, verborgen voor mij; beide sprookjes waar ge niet meer in moogt geloven.
Verdergaan en het dan wel beter doen, is een mogelijkheid. Laten we daar al ons geld op vergokken.
En klik: http://noxa.net/muziek/JuleSssMusic
Jules is een vermelding waart, daar ik haar net terugvond en haar nieuwe pianospel mij meer kan bekoren dan ooit te voren.
Neem twee treden tegelijkertijd en reduce your fat ass.
Ik ga haar terug een deel van mijn leven maken, ze mag terug ergens in de hoeken van mijn hoofd een plaats innemen, zolang ze met haar fikken van mijn bedradingen blijft. De nieuwe ik die ik tegemoet ga, die wil ik zelf bevestigen tussen mijn neuronen. Vergeef mij mijn taalgebruik, het studeren vanneurofysiologie is nefast voor mijn creativiteit.
Terug gaan in't verleden en ongedaan maken wat ik mis deed, mijn koppigheid vervangen door een ton begrip + de empathie die ik voor haar verborgen wou houden, en zij met mij, verborgen voor mij; beide sprookjes waar ge niet meer in moogt geloven.
Verdergaan en het dan wel beter doen, is een mogelijkheid. Laten we daar al ons geld op vergokken.
En klik: http://noxa.net/muziek/JuleSssMusic
Jules is een vermelding waart, daar ik haar net terugvond en haar nieuwe pianospel mij meer kan bekoren dan ooit te voren.
Neem twee treden tegelijkertijd en reduce your fat ass.
01 juni, 2009
31 mei, 2009
"En als ik straks bovendrijf, wie gaat mij dan komen redden."
't Is ook dat ik nooit iemand wat vertel, en altijd maar wil behagen.
Ik wil eigenlijk alleen maar altijd nooit meer smsen, constant stressen, straalbezopen praat verkopen, maquilleren, imponeren, van u dromen, niet meer komen, liedjes schrijven, bij u blijven, 's morgens wallen, weer hervallen, op u botsen, moeten kotsen, discussiëren, niets bijleren, pillen slikken, konten likken, tienmiljoenen lieve zoenen, naar u kijken, vergelijken, twee paarbillen, tijd verspillen, dag en nachten moeten wachten, ongemakken, bussen pakken, plannen smeden, goeie zeden, onderbroeken moeten zoeken, wandelingen, u bezingen, komen flemen, afscheid nemen.
29 mei, 2009
Parasieten.
Vandaag las ik brieven. Door alom geliefde Bekende Vlamingen. Gericht aan jonge 20-igers. Alhoewel geschreven in een vrouwen-sterk-maar-kom-we-gaan-massaal-op-dieet-en-tellen-calloriën-om-venten-te-plezieren-weekblad, voelde ik mij aangesproken.
Goede raad van mensen die de dagen die ik tegemoet ga, al voorbij zijn. Goede raad van knappe, succesvolle dames waar wij wel een voorbeeld aan mogen nemen, want ze zijn niet op hun bek gegaan en nemen voor datzelfde bakkes geen blad. (Ge bemerkt hier geen jaloezie, want ze waren allen sympathiek. Die redactrices kennen hun soort; niemand waarvan we denken dat ze beter zijn dan de gemiddelde, moodswingende vrouw. Mensen die lelijk zouden zijn zonder obsessief sporten en make-up.)
Een van die blondines gaf de raad bepaalde mensen aan de kant te schuiven. De parasieten. We mogen er tranen om laten, ons hart laten breken, maar we moeten weigeren ons leeg te laten zuigen. Als ge met uw voelsprieten een parasiet bemerkt, schuif haar dan stante pede aan de kant.
Gij zijt ook een parasiet. En ge hebt mij leeg mogen zuigen. Ik wil u aan de kant vegen, met mijn borstelke (dezer dagen enkel schone borstels, zoals het een vrouw toebehoort). Helaas duikt ge overal op. Mijn webpagina's kregen allemaal het briljante idee om pop-ups te maken, log's, zodat uw smalende kop elke dag voor mijn aangezicht verschijnt. Uw smalende gezicht, en uw slijmerige berichten naar anderen en naar de wereld. Elke keer denk ik dat ik u eens graag zou willen uitschelden.
Maar dat mag niet.
Hier dan.
Ge zijt een kutwijf. Een zeug. (niet letterlijk, natuurlijk). Een hypocriete maniak die iedereen om haar vinger windt om nooit alleen te hoeven zijn. Gij kunt niet alleen zijn, hoe hard ge ook roept dat ge altijd alleen zijt en ge alles zelf kunt. Zonder de bewondering van een ander zakt ge ineen. Ge gaat naarstig op zoek naar complimentjes en bewondering, terwijl ge zelf goed genoeg weet dat dat niets waard is; zulke loze beloftes die verdampen zodra ge uw kamerdeur sluit. Want daarbinnen wordt ge geconfronteerd met uzelf. Ik heb medelijden met uw nieuw lief. De sloef. Of ik hoop voor hem van niet. Voor u ook. Ik gun u geen sloef, ik hoop dat hij u met uw voeten naar de grond trekt, dat dat pijn doet en dat ge daarna weer gaat zweven zodat hij weer hetzelfde kan doen. Dat ge daarna iemand kiest die wel bij u past, en waar gij ook bij past, dat ge niet alleen de omhelzingen gaat opzoeken om warm te zijn.
Oh, ik ga u deleten. Echt. Ben ik meteen weer mee met de rest van het internet.
Klik.
Goede raad van mensen die de dagen die ik tegemoet ga, al voorbij zijn. Goede raad van knappe, succesvolle dames waar wij wel een voorbeeld aan mogen nemen, want ze zijn niet op hun bek gegaan en nemen voor datzelfde bakkes geen blad. (Ge bemerkt hier geen jaloezie, want ze waren allen sympathiek. Die redactrices kennen hun soort; niemand waarvan we denken dat ze beter zijn dan de gemiddelde, moodswingende vrouw. Mensen die lelijk zouden zijn zonder obsessief sporten en make-up.)
Een van die blondines gaf de raad bepaalde mensen aan de kant te schuiven. De parasieten. We mogen er tranen om laten, ons hart laten breken, maar we moeten weigeren ons leeg te laten zuigen. Als ge met uw voelsprieten een parasiet bemerkt, schuif haar dan stante pede aan de kant.
Gij zijt ook een parasiet. En ge hebt mij leeg mogen zuigen. Ik wil u aan de kant vegen, met mijn borstelke (dezer dagen enkel schone borstels, zoals het een vrouw toebehoort). Helaas duikt ge overal op. Mijn webpagina's kregen allemaal het briljante idee om pop-ups te maken, log's, zodat uw smalende kop elke dag voor mijn aangezicht verschijnt. Uw smalende gezicht, en uw slijmerige berichten naar anderen en naar de wereld. Elke keer denk ik dat ik u eens graag zou willen uitschelden.
Maar dat mag niet.
Hier dan.
Ge zijt een kutwijf. Een zeug. (niet letterlijk, natuurlijk). Een hypocriete maniak die iedereen om haar vinger windt om nooit alleen te hoeven zijn. Gij kunt niet alleen zijn, hoe hard ge ook roept dat ge altijd alleen zijt en ge alles zelf kunt. Zonder de bewondering van een ander zakt ge ineen. Ge gaat naarstig op zoek naar complimentjes en bewondering, terwijl ge zelf goed genoeg weet dat dat niets waard is; zulke loze beloftes die verdampen zodra ge uw kamerdeur sluit. Want daarbinnen wordt ge geconfronteerd met uzelf. Ik heb medelijden met uw nieuw lief. De sloef. Of ik hoop voor hem van niet. Voor u ook. Ik gun u geen sloef, ik hoop dat hij u met uw voeten naar de grond trekt, dat dat pijn doet en dat ge daarna weer gaat zweven zodat hij weer hetzelfde kan doen. Dat ge daarna iemand kiest die wel bij u past, en waar gij ook bij past, dat ge niet alleen de omhelzingen gaat opzoeken om warm te zijn.
Oh, ik ga u deleten. Echt. Ben ik meteen weer mee met de rest van het internet.
Klik.
26 mei, 2009
21 mei, 2009
Te pletter verpletteren. Onverzonden smsen; Deel 1.
1.
Intense onversnedenheid en een krijtborden stem. Ik wou dat ik net als u mijn lippen kon toepersen, zodat niemand mij kan vatten en bezien. En dat er net als bij u, donderwolken in mijn stem lagen, ganser stormen achter mijn ogen. Parelwit vanbuiten, sneeuw, ravenzwart vanbinnen, roet.
2.
Als ge zou sterven, zou ik om u huilen. Maar is dat dan houden van..vraag ik mij af. Ik walg van u, dingen die anderen doen lijken, als ze door u onder handen zijn genomen, twee maal erger. Of drie. Is dat dan houden van?
3.
Kwilstilzijnonzichtbaaronvoelbaarharmless
zwevenbovendeoppervlakteopdatikniksbreekbarst
datlijktmerustigdankusikdeleegte
zachtenonwetendmetuwgeurinmijnharen.
4.
Kunt ge niet even mijn hart wegnemen en het zalven, dat ik even niets moet voelen? Dat de tranen even stoppen met rollen en ik mij eindelijk vrij voel. Eindelijk. Ik wil bij u zijn en doen alsof ik de sterren pluk.
Intense onversnedenheid en een krijtborden stem. Ik wou dat ik net als u mijn lippen kon toepersen, zodat niemand mij kan vatten en bezien. En dat er net als bij u, donderwolken in mijn stem lagen, ganser stormen achter mijn ogen. Parelwit vanbuiten, sneeuw, ravenzwart vanbinnen, roet.
2.
Als ge zou sterven, zou ik om u huilen. Maar is dat dan houden van..vraag ik mij af. Ik walg van u, dingen die anderen doen lijken, als ze door u onder handen zijn genomen, twee maal erger. Of drie. Is dat dan houden van?
3.
Kwilstilzijnonzichtbaaronvoelbaarharmless
zwevenbovendeoppervlakteopdatikniksbreekbarst
datlijktmerustigdankusikdeleegte
zachtenonwetendmetuwgeurinmijnharen.
4.
Kunt ge niet even mijn hart wegnemen en het zalven, dat ik even niets moet voelen? Dat de tranen even stoppen met rollen en ik mij eindelijk vrij voel. Eindelijk. Ik wil bij u zijn en doen alsof ik de sterren pluk.
18 mei, 2009
"Heel veel winter en een wachtlokaal."
Gij, met uw poppengezicht, ogen vol honing. En uw goed hart, dat ge vanbuiten op uw truitje draagt. Kijk eens hier. Maar ik ben verborgen. Roept ge. Kijk, ge kunt alles zien, maar zeg eens, ge weet eigenlijk toch niet waar het om draait bij mij. Zeg het mij. De muren die ge rondom u optrekt, zijn slechts kartonnen borden, ter decoratie dienend voor uw dagelijkse schouwspel waarmee ge iedereen om uw vinger windt.
Maar ge hoeft mij niet langer te dulden als uw mislukte Jan Klaassen, ik laat het doek vallen.
15 mei, 2009
14 mei, 2009
It's the year when Some poet said "We must live, or accept the Consequences"
I want you to share
Every pinprick of guilt
That I have felt
That I have felt
Send me home restless
Send me home damaged
Send me home disposes
Send me home damaged
And wanting
06 mei, 2009
Laat mij vallen. Laat mij los.
En dan kan ik aan uw benen weer omhoog kruipen zodat ge mij kunt vasthouden en wiegen alsof ge echt van mij houdt.
En dan kan ik weer vliegen en tussen de wolken blijven vasthaken en mijn huid daar verliezen; tot ik val en exact zoals ik ben weer aan uw voeten lig.
Rot.
Alles wat ik voel en wat ik ben en wat ik zie, zit in mijn keel en hoeveel muco rhinatiol ik ook drink, ik krijg 't er niet uit. Ik lepel in mijn pot met honing in de hoop dat ik daar zoeter van wordt.
Ik weet wat mij te doen staat. Ik weet dat de enige manier om mijn waardigheid terug te vinden, mijn waardigheid verliezen, is. De fles pakken. Als in het cliché. Duizend sigaretten roken en mij hullen in de mist, mij veilig voelend in de kamers van mijn ziel. Cliché. Kamers binnenstormen en mensen uitschelden om hun ontwetendheid. Kotsen. U onderkotsen. U uitkotsen. Ge zijt het vuil en ge zijt vergif en ge zijt des duivels en ik zie u graag. Ik heb geprobeerd maar ik krijg u niet uit mijn systeem en het verleden heeft mij geleerd dat alleen drank dan nog mijn redding kan zijn. Ik zie welk gevaar er om die hoek schuilt maar gelooft gij dan maar eens in mij, gelooft gij dan maar dat het met mij die toer niet op zal gaan, omdat ik sterk ben. He. Maak het mij wijs. Nu. Alstublieft. Laat mij los. Ik heb u niets meer te bieden, alstublieft. Laat mij los.
Ben ik uw rotkind, ben ik wat gij verafschuwt en de belichaming van uw rillingen. Lacht ge naar mij terwijl ge uw mond dicht houdt en uw bittere woorden naar uw hoofd laat stijgen. Ben ik self-centered en een egoïst en is elk antwoord op mijn vragen ja, en is elk antwoord neen.
Kom, plant uw dolk. Blaas uw gifpijlkes in mijn nek en laat mij verdoofd ronddwalen.
Ik ben een mens, en dat is wat mij redden zal.
Ik weet wat mij te doen staat. Ik weet dat de enige manier om mijn waardigheid terug te vinden, mijn waardigheid verliezen, is. De fles pakken. Als in het cliché. Duizend sigaretten roken en mij hullen in de mist, mij veilig voelend in de kamers van mijn ziel. Cliché. Kamers binnenstormen en mensen uitschelden om hun ontwetendheid. Kotsen. U onderkotsen. U uitkotsen. Ge zijt het vuil en ge zijt vergif en ge zijt des duivels en ik zie u graag. Ik heb geprobeerd maar ik krijg u niet uit mijn systeem en het verleden heeft mij geleerd dat alleen drank dan nog mijn redding kan zijn. Ik zie welk gevaar er om die hoek schuilt maar gelooft gij dan maar eens in mij, gelooft gij dan maar dat het met mij die toer niet op zal gaan, omdat ik sterk ben. He. Maak het mij wijs. Nu. Alstublieft. Laat mij los. Ik heb u niets meer te bieden, alstublieft. Laat mij los.
Ben ik uw rotkind, ben ik wat gij verafschuwt en de belichaming van uw rillingen. Lacht ge naar mij terwijl ge uw mond dicht houdt en uw bittere woorden naar uw hoofd laat stijgen. Ben ik self-centered en een egoïst en is elk antwoord op mijn vragen ja, en is elk antwoord neen.
Kom, plant uw dolk. Blaas uw gifpijlkes in mijn nek en laat mij verdoofd ronddwalen.
Ik ben een mens, en dat is wat mij redden zal.
28 april, 2009
Ik trap met mijn voeten op de spijkers, en ik bloed niet.
Onder het gedonder van geluid hoor ik mijn hart des te harder kloppen.
Ik voel alles. Mijn zintuigen staan op scherp en mijn maag sputtert tegen want dat is al wat het kent. Golven en gedijen en meegaan en draaien en knagen. Ik sta temidden de helikopters en sirenes op mijn eiland alleen, met al de vraagtekens die ge aan koorden rondom mij hing en waar ge mij mee alleen liet. Dat ik het zelf mag oplossen, want ik doe toch altijd groots. Dat ik doe alsof de wereld van mij is en ze maar aan mijn voeten moeten komen liggen zodat ik hun schedel kan openstampen. Dat doe ik op mijn dooie gemak en zonder schuldgevoel.
Zo hebt gij mij geschetst en zo ben ik blijven wachten totdat ge mij kwam voltooien. Dat ge van mij een ei zou maken of een praline, of iets anders dat hard is vanbuiten, maar zacht vanbinnen.
Misschien heb ik u zelf wel laten verdwijnen. Oppert gij. Zodat ik mij ook eens kan baden in een slecht gevoel. Want gij draagt de wereld op uw schouders en ik heb geen recht van spreken, alles wat mij pijn doet draagt de naam pseudo. Aanranding wordt geschreven met een 'maar' voor. Dat dat eerste tekenen waren van mijn slaafse machteloosheid, is van geen belang. Dat ik mij niet elke avond in zweet baad en mij niet nachtenlang in slaap huil wordt niet aanvaard want als ge écht pijn werd gedaan, dan blijft ge voor uw hele leven lang slachtoffer. Ik word niet gefeliciteerd als ik beslis dat dat niets voor mij is en dat ik geen schaap ben dat gelukkig is zolang ze maar geaaid wordt.
Ik was alleen en ik droeg blauwe plekken op mijn armen. Of. Ik droeg blauwe plekken op mijn armen, maar was alleen. Niemand bracht mij ijs maar daar heb ik nooit om geroepen, ik wou een hand die mij vasthield en zei 'Ge moogt ook eens huilen, als ge wilt. Kom, wees eens kwetsbaar en voor eens, laat eens een ander naar u luisteren. Niemand zal u er later aan herinneren, het is ons geheim.' Ik smachtte naar een geheim, gedeeld met u. Mijn geheim, delen met u. Eentje. Een kleintje maar. Hoe meer mensen ik tegen kom, hoe meer ik door krijg dat wij het nooit over iets hadden. Niets werelds, alles groots, filmisch. Wij spraken nooit over seks, ons maandelijks bloeden, nooit over de vragen in ons hoofd, ik zag u nooit letterlijk, altijd figuurlijk. Ge verwachtte dat ik alles zomaar tussen uw huidplooien heen kon lezen en ik mocht niet falen, want ik wist dat als ik dat deed, alles voorbij zou zijn.
Ik merkte hoe uw huid dikker werden en uw plooien minder zichbaar, en ik wou u waarschuwen, en mijzelf, maar ge had er geen tijd voor want uw hoofd zat vol met wolken en met lijden. Ge liet uzelf altijd lijden, en ik vroeg mij altijd af waarom. Het deed mij pijn u te zien lijden dus wou ik voor mijzelf minder lijden zodat wij in evenwicht waren, want dat vond ik belangrijk, u opvullen, en ik hoopte dat gij mij ook zou opvullen maar hoeveel vlees en vet er ook aan een mens zit, eigenlijk zij we daar niet voor gemaakt. Ik wou het pad van aanvaarding betreden maar dat was afgezet en er stond een wachter bij. Dat ik nog te jong was, dat zei hij.
Ik had pijn. Ge bond die koorden rondom mij en ik zei, dat ik zou wachten met die vraagtekens, op u, tot uw hoofd vrij was en dat ge dan mocht terugkomen. En toen zei gij dat gij zou wachten op mij en dat vond ik onbegrijpelijk.
Nogmaals ging ik naar de wachter, ik zei 'Kijk eens in mijn ogen en zeg dan nog eens dat ik te jong ben, want ik voel mij eeuwen oud en alleen.' Hij zei dat hij voor mij een uitzondering wou maken, als ik mijn best zou doen en hem zou beloven dat ik niet iedereen uw stempel zou geven, want dat zou mij bitter maken en dan zou ik sterven onderweg. Vanbinnen of vanbuiten, dat wist hij mij niet te vertellen want hij was 'just the messenger'.
Eer ik het koninkrijk Aanvaarding betrad, was uw hoofd weer leger en luchtiger en wou ge met mij spreken maar ik wou niet meer. Dat ik u niet in uw armen sprong vond ge vreemd want wij waren toch vrienden. Uw definitie van vriendschap is niet mijn dada. Dat zeg ik u nu. Ik mag niet toegeven aan de volledige zelfopoffering om te krijgen wat ik het liefst wil. Dat zeg ik u nu. Bij u liep ik in de schaduwen en ik dacht dat gij de zon waart en als gij de zon waart dan zou ik die schaduw wel verdienen, anders zou ik een zonneklop krijgen.
Ik werd geslagen met een stok, als een hond. Trouw wou ik terugkomen maar ik dank de wachter.
Maar niemand zal ooit nog zijn voor mij wat gij waart. Want gij zaaide de zaden van twijfel in elke cel van mijn lichaam, en nu is het lente.
Ik zeg u vaarwel, nu. Hier. Omdat ze mij anders vragen waarom ik u dit aandoe.
Vaarwel.
Liefs.
Onder het gedonder van geluid hoor ik mijn hart des te harder kloppen.
Ik voel alles. Mijn zintuigen staan op scherp en mijn maag sputtert tegen want dat is al wat het kent. Golven en gedijen en meegaan en draaien en knagen. Ik sta temidden de helikopters en sirenes op mijn eiland alleen, met al de vraagtekens die ge aan koorden rondom mij hing en waar ge mij mee alleen liet. Dat ik het zelf mag oplossen, want ik doe toch altijd groots. Dat ik doe alsof de wereld van mij is en ze maar aan mijn voeten moeten komen liggen zodat ik hun schedel kan openstampen. Dat doe ik op mijn dooie gemak en zonder schuldgevoel.
Zo hebt gij mij geschetst en zo ben ik blijven wachten totdat ge mij kwam voltooien. Dat ge van mij een ei zou maken of een praline, of iets anders dat hard is vanbuiten, maar zacht vanbinnen.
Misschien heb ik u zelf wel laten verdwijnen. Oppert gij. Zodat ik mij ook eens kan baden in een slecht gevoel. Want gij draagt de wereld op uw schouders en ik heb geen recht van spreken, alles wat mij pijn doet draagt de naam pseudo. Aanranding wordt geschreven met een 'maar' voor. Dat dat eerste tekenen waren van mijn slaafse machteloosheid, is van geen belang. Dat ik mij niet elke avond in zweet baad en mij niet nachtenlang in slaap huil wordt niet aanvaard want als ge écht pijn werd gedaan, dan blijft ge voor uw hele leven lang slachtoffer. Ik word niet gefeliciteerd als ik beslis dat dat niets voor mij is en dat ik geen schaap ben dat gelukkig is zolang ze maar geaaid wordt.
Ik was alleen en ik droeg blauwe plekken op mijn armen. Of. Ik droeg blauwe plekken op mijn armen, maar was alleen. Niemand bracht mij ijs maar daar heb ik nooit om geroepen, ik wou een hand die mij vasthield en zei 'Ge moogt ook eens huilen, als ge wilt. Kom, wees eens kwetsbaar en voor eens, laat eens een ander naar u luisteren. Niemand zal u er later aan herinneren, het is ons geheim.' Ik smachtte naar een geheim, gedeeld met u. Mijn geheim, delen met u. Eentje. Een kleintje maar. Hoe meer mensen ik tegen kom, hoe meer ik door krijg dat wij het nooit over iets hadden. Niets werelds, alles groots, filmisch. Wij spraken nooit over seks, ons maandelijks bloeden, nooit over de vragen in ons hoofd, ik zag u nooit letterlijk, altijd figuurlijk. Ge verwachtte dat ik alles zomaar tussen uw huidplooien heen kon lezen en ik mocht niet falen, want ik wist dat als ik dat deed, alles voorbij zou zijn.
Ik merkte hoe uw huid dikker werden en uw plooien minder zichbaar, en ik wou u waarschuwen, en mijzelf, maar ge had er geen tijd voor want uw hoofd zat vol met wolken en met lijden. Ge liet uzelf altijd lijden, en ik vroeg mij altijd af waarom. Het deed mij pijn u te zien lijden dus wou ik voor mijzelf minder lijden zodat wij in evenwicht waren, want dat vond ik belangrijk, u opvullen, en ik hoopte dat gij mij ook zou opvullen maar hoeveel vlees en vet er ook aan een mens zit, eigenlijk zij we daar niet voor gemaakt. Ik wou het pad van aanvaarding betreden maar dat was afgezet en er stond een wachter bij. Dat ik nog te jong was, dat zei hij.
Ik had pijn. Ge bond die koorden rondom mij en ik zei, dat ik zou wachten met die vraagtekens, op u, tot uw hoofd vrij was en dat ge dan mocht terugkomen. En toen zei gij dat gij zou wachten op mij en dat vond ik onbegrijpelijk.
Nogmaals ging ik naar de wachter, ik zei 'Kijk eens in mijn ogen en zeg dan nog eens dat ik te jong ben, want ik voel mij eeuwen oud en alleen.' Hij zei dat hij voor mij een uitzondering wou maken, als ik mijn best zou doen en hem zou beloven dat ik niet iedereen uw stempel zou geven, want dat zou mij bitter maken en dan zou ik sterven onderweg. Vanbinnen of vanbuiten, dat wist hij mij niet te vertellen want hij was 'just the messenger'.
Eer ik het koninkrijk Aanvaarding betrad, was uw hoofd weer leger en luchtiger en wou ge met mij spreken maar ik wou niet meer. Dat ik u niet in uw armen sprong vond ge vreemd want wij waren toch vrienden. Uw definitie van vriendschap is niet mijn dada. Dat zeg ik u nu. Ik mag niet toegeven aan de volledige zelfopoffering om te krijgen wat ik het liefst wil. Dat zeg ik u nu. Bij u liep ik in de schaduwen en ik dacht dat gij de zon waart en als gij de zon waart dan zou ik die schaduw wel verdienen, anders zou ik een zonneklop krijgen.
Ik werd geslagen met een stok, als een hond. Trouw wou ik terugkomen maar ik dank de wachter.
Maar niemand zal ooit nog zijn voor mij wat gij waart. Want gij zaaide de zaden van twijfel in elke cel van mijn lichaam, en nu is het lente.
Ik zeg u vaarwel, nu. Hier. Omdat ze mij anders vragen waarom ik u dit aandoe.
Vaarwel.
Liefs.
Abonneren op:
Reacties (Atom)